Windezucht

Geschreven door J. Wijnholds op . Geplaatst in Algemeen

Het is zo stil
zo stil nu buiten
en geen geluid dan ‘t vogelfluiten
doortrilt de lucht
de wolken zijn zo strak gestreken
dat zij in zilver zouden breken
bij windezucht.

 

Zo begint een gedicht van Hans Lodeizen. ‘Het is zo stil / zo stil nu buiten’. Eerder zochten we die stilte wel, nu is de stilte ons opgedrongen. Van buiten geen geluid dan de klep van de brievenbus en het signaal van onze telefoon, als die geluiden er al zijn. Regelmatig komt me een naam of een gezicht in gedachten, van de ontmoetingen en bezoeken in Emmen-Oost. Ik zie jullie in jullie woon- en ziekenkamers. Stil is het, buiten en binnen. ‘De wolken zijn zo strak gestreken’, soms staan we zelf strak van de stilte die spanning oproept, de spanning van het gebrek aan contact, de spanning van de eenzaamheid. Ik hoorde het gedicht van Hans Lodeizen in het mooie programma Passaggio van Lex Bohlmeyer, elke werkdag ‘s avonds om zeven uur op Radio 4. Ik schreef het op zoals ik het hoorde.

Namiddagliedje

 Het is zo stil
zo stil nu buiten
en geen geluid dan ‘t vogelfluiten
doortrilt de lucht
de wolken zijn zo strak gestreken
dat zij in zilver zouden breken
bij windezucht.

Dan zou het goud der zonnestralen
de witte wolken achterhalen
en heen doen gaan
en kregen bij het nieuwe licht
de dingen weer een nieuw gezicht
een nieuw bestaan.

 Het is zo stil
zo stil nu buiten
en geen geluid dan ‘t vogelfluiten
doortrilt de lucht
de wolken zijn zo strak gestreken
dat zij in zilver zouden breken
bij windezucht.

 

Zeker in onze omstandigheden klinkt in het middendeel een hoop en verwachting. Een hoop op het doorbreken van de stilte, van de strak gestreken wolken, van de spanning waarin we leven. Het is ook een constatering: er is niets voor nodig dan windezucht. Het doet me denken aan de Geest boven het water, de engel boven het badwater van Bethesda. Een rimpeling in het water die genezing brengt. Ook aan het lied dat ik graag met de gemeente samen zing, ‘Raak mij aan met uw adem’. Maar ook aan het geluid van de brievenbus en de telefoon, aan de bloeiende plant in de vensterbank, aan de tekening van mijn kleinzoon. Het is allemaal windezucht, let even goed op, want het is zo voorbij en je kunt er heel gemakkelijk overheen leven. Maar de dingen kunnen er een nieuw gezicht, een nieuw bestaan van krijgen. De dingen, onze dagen, de beslotenheid van onze huizen en kamers, onze verhouding met onszelf en de anderen. Je kunt er om vragen, om windezucht: ‘Kom en doorstraal mijn dagen, / Geest van God uitgegaan, / die mijn ogen opent / voor wie nu naast mij staan.’ Lees het gedicht nog eens en wees stil, laat je desgewenst helpen door Beethoven, verstil en voel de windezucht.

Jan de Korte