Webdagboek Jan de Korte

JanAls één van de predikanten van de Protestantse Wijkgemeente Emmen-Oost noteer ik hier gedachten opgedaan bij mijn werk als gemeentepredikant. Deze pagina is te lezen op deze website en op mijn eigen website, www.jandekorte.nl, waarop ook veel van mijn schilderijen te zien zijn. Reacties zijn altijd welkom.

19 juli 2017 - Thuis zijn

'Wonen' is het thema van vier diensten deze zomer. Dan gaat het ook over thuis zijn en zo kwam ik bij de tekst van Willem Wilmink die hij ooit schreef geïnspireerd door een Jiddisch liedje. In de bijbelse verhalen is wonen een groot thema.

In de schepping gaat het om een bewoonbare aarde, in de belofte van het land om het wonen in een land van overvloed en vrede. Tegelijk is er altijd het kritische geluid tegen het vastleggen van jezelf en je leven, waarvan je settelen een symptoom kan zijn. Ook is er altijd het besef dat wonen niet het laatste woord heeft. Ook als er geen woonplaats is waar je veilig en geborgen bent kan er sprake zijn van een thuis. Thuis zijn ondanks de diepe duisternis die voor velen op deze aarde de dagelijkse omgeving is. Mooi hoe eenvoudig Wilmink dit grote thema weet te verwoorden. Frank Groothof zong het, weer al jaren geleden, in 'Het Klokhuis'. Hij zingt een gewijzigde versie, blijkbaar was 'dit boek' wat te specifiek voor de klokhuiskinderen, maar heel mooi gedaan.

De Rebbe leert kinderen schrijven
Mijn herinnering aan een Jiddisch liedje

In de kleine sjoel
staat een kacheltje
en het brandt heel goed.
En de rebbe leert
lieve kinderen
hoe je schrijven moet.

’t Is Hebreeuws nog wel,
dus heel moeilijk, hoor,
het moet keurig net.
Heb je het mooi gedaan,
dan wordt een vlaggetje
in je schrift gezet.

En de rebbe zegt:
'Wie bevatten kan
wat dit boek beschrijft,
die vindt ver van huis
iets van huis terug,
waar hij ook verblijft.

Lieve kinderen,
diepe duisternis
krijg je te doorstaan.
Daarom geef ik jullie
een klein lichtje mee,
dat nooit uit zal gaan.'


3 januari 2017 - Wees een engel

'… kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd …'

Mijn eerste inval was iets te doen met het noemen van de naam Jezus door de engel. Of dat gelukt is kun je hier terug zien en horen, de dienst van afgelopen zondag. Zoals zo vaak is mijn eerste inval wat ondergesneeuwd door allerlei andere associaties en gedachten. Het gedicht over het horen van je naam van Neeltje Maria Min ging zondag een grote rol spelen, vooral ook door de plaats waar ik het laatst vond, het toilet van een verpleeghuis.
Mijn eerste gedachte bij het verhaalfragment was: als Jezus niet genoemd wordt is er ook geen Jezus. En als er geen engel is die Jezus noemt, wordt hij ook niet genoemd. Jezus is daar waar hij genoemd en benoemd wordt. Het licht, het leven, de zegen, is daar waar het genoemd en benoemd wordt. Waar we het willen, durven en kunnen benoemen. Via een omweg kwam ik daar zondag ook weer bij terecht. Ik hoorde de uitnodiging en gaf die door om het niet aan de engelen uit te besteden, maar om zelf de engel te willen en durven zijn. Niet om hoogdravende woorden of tegeltjeswijsheden te gaan roepen, maar om de hoge en lichte waarheid te vertellen en te zijn, in mensentaal.

Ik ben een engel van de Heer
daal uit de hemel tot je neer
en breng een nieuw en mooi verhaal
dat ik vertel in mensentaal.


24 maart 2016 - Annemiek en Marinus

Afgelopen zondag een mooie 'aflevering' van 'De verwondering'. Marinus van de Berg was te gast bij Annemiek Schrijver, zo te zien klikte het, beiden straalden. Annemiek was zelfs wat ongeduldig in haar vragen, ze wilde het horen van deze man. Hij vertelde rustig verder, nam nog de tijd om een mooie anekdote uit zijn kinderjaren te vertellen. Veel mildheid, wijsheid, echtheid. Annemiek werd helemaal blij toen het woord nabijheid viel, 'een sacrament van nabijheid, daar zoek ik al jaren naar'. 'Wat een prachtige aanduiding voor het avondmaal', was mijn eerste gedachte. Vanavond vieren we het, op Witte Donderdag, in een wereld die op verlies lijkt te staan. 'Hier', zegt Jezus, 'ik, mijn lichaam, mijn leven'. Een nieuw verbond, een nieuwe nabijheid, leven in uren van verlies.


3 mei 2015 - Gedenken

'Gij die geen naam vergeet, geen mens veracht,
laat niet de dood die alles scheidt en leeg maakt,
laat niet de tweede dood over ons komen.'

We hoorden het de cantorij vanmorgen zingen en we konden het meebidden. In deze dagen rond 4 en 5 mei zijn de namen, de gekende en de ongekende, nooit ver weg. Lodewijk Dros noemt er enkele in zijn sterke artikel in de bijlage 'Vrij' van Trouw van dit weekend. Van de gemeente die vanmorgen samenkwam in de Schepershof hebben velen, de meesten, de oorlog meegemaakt. Meerderen dragen de littekens mee, gaten geslagen in gezinnen, in gemeenschappen, in levens. 'De tweede dood', ik noemde het de dood van verlating, van eenzaamheid. Dat er niemand meer is die jou kent, jou kent in je vreugde en in je verdriet, jou kent in de gaten van je leven. We hoorden het lied verdergaan.

'Voor allen die gekruisigd worden wees niet niemand,
wees hun toekomst ongezien.
Laat ons niet leeg en verloren en zonder uitzicht,
doe ons opengaan voor het visioen van vrede,
dat sinds mensenheugenis ons roept.'

'Wees niet niemand', wees wel iemand, wees toekomst, wees uitzicht, wees visioen. Lodewijk Dros waarschuwt voor de teloorgang van het onderscheid tussen goed en fout. Dat onderscheid is geen waterdichte scheiding, zegt hij, maar we moeten blijven onderscheiden tussen daders en slachtoffers. Niet om mensen voor eeuwig in een bepaalde hoek te zetten, maar om te blijven weten waar het om ging en waar het om gaat. Gedenken is keuzes maken, is zelf ergens voor staan. Desnoods in je eentje de namen blijven noemen, in verbondenheid, met jezelf, met de ander, met de natuur, met God. Zoals de cantor het vanmorgen in zijn eentje zong.

'Gedenk uw mensen, dat zij niet vergeefs geboren zijn.'


19 maart 2015 - Een half etmaal licht

Gisteren was de tijd tussen zonsopkomst en zonsondergang precies twaalf uur, hier waar ik, net als u waarschijnlijk, woon. Dat betekent dat vanaf vandaag, voortaan, de dagen langer zijn dan de nachten. Dat 'voortaan' is met een blik op de kalender gemakkelijk te weerleggen, het wordt ook wel weer herfst. In de kerk zeggen we niet anders dan dit 'voortaan', dat is de viering van Pasen waar we ons in deze weken op voorbereiden. Voortaan wint het licht, is de dag langer dan de nacht. Dat zien en ervaren we niet altijd zo, misschien is daar de zonsverduistering van morgenochtend een symbool voor, maar we vieren het wel. Desnoods vragend, zoals in dit lichtlied van Sytze de Vries.

Licht, ontloken aan het donker,
licht, gebroken uit de steen,
licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!

Licht, geschapen, uitgesproken,
licht, dat straalt van Gods gelaat,
Licht uit licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad!

Licht, aan liefde aangestoken,
licht dat door het donker brandt,
licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam!

Licht, verschenen uit den hoge,
licht, gedompeld in de dood,
licht, onstuitbaar, niet te doven,
zegen ons met morgenrood!

Licht, straal hier in onze ogen,
licht, breek uit in duizendvoud,
licht, kom ons met stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand!


10 maart 2015 - De vraag naar God

Voor het februari nummer van Op Weg schreef ik de voorpagina, hieronder mijn artikel.

Voorbij de vraag naar God

'Gelooft u in God? Steeds minder mensen zeggen volmondig 'ja' op die vraag. De meeste Nederlanders zijn inmiddels ietsist of agnost, blijkt uit nieuw onderzoek.'

De eerste zin van een artikel in Trouw over geloof en ongeloof in Nederland. De krant had het zelf laten onderzoeken. 'Ongelovigen halen de gelovigen in' was de kop boven het verhaal over het onderzoek. Met een draaiend gebaar over mijn maagstreek gaf ik tijdens een dienst al aan wat een dergelijk onderzoek bij mij oproept. Maar waarom staat het me zo tegen? Een paar gedachten.

De vraag suggereert een heldere scheiding. Tussen gelovigen en ongelovigen. 'Gelooft u in God?' Alsof het in geloof en ongeloof hierom gaat. Als je in de tijd van het Nieuwe Testament deze vraag gesteld zou hebben zou iedereen volmondig 'ja' gezegd hebben. Op één groep na, de mensen van de weg van Jezus. Die werden dan ook wel spottend atheïsten genoemd, mensen die nergens in geloven. Alle goden, waar hun wereld vol van was, werden afgewezen. Die volgers van Jezus zouden op zijn minst de wedervraag gesteld hebben: 'Over welke God heb je het?'

In het Oude Testament is het niet anders. Een goede leeswijzer voor dit boek is om te bedenken dat het oproept tot atheïsme. 'Weg met de goden!' Weg met alles wat macht opeist, weg met alles wat mensen klemzet, wat mensen onderwerpt, wat mensen hun waardigheid en vrijheid ontneemt. Wat mensen als Abraham, Mozes en Jesaja doen en zeggen is ongehoord, ze tarten het godsgeloof. Op de vraag van het onderzoek zouden ze volmondig 'nee' geantwoord hebben.

Laten we dus vooral niet denken dat de scheidslijn loopt tussen hen die ja of nee antwoorden op vragen als die in het onderzoek. Voor je het weet nemen we onszelf en elkaar de maat. Abraham, Mozes, Jesaja, de mensen van de weg van Jezus, al die mannen en vrouwen, hebben een stem gehoord en hebben daar gehoor aan gegeven. Mensen die geroepen zijn om vrij te zijn en in die vrijheid willen leven. De vrijheid om recht te doen en lief te hebben, de vrijheid om los van eigenbelang en machtsaanspraak te leven.

In het evangelie gaat het niet om wat we nog wel en niet meer kunnen geloven. De uitnodiging is om dat getob achter je te laten en je te laten raken door de stem van de liefde die in Jezus Christus mens is geworden. Een stem die je voorbij geloof en ongeloof in het rijk van God brengt, het rijk van de liefde. Dat Rijk, die liefde, die vrijheid, moeten we niet verkwanselen door elkaar en onszelf op te sluiten in antwoorden op vragen als 'gelooft u in God?'.

Een laatste gedachte. Tomas Halik stelt in zijn boek 'Geduld met God' voor om telkens wanneer we iets schrijven of zeggen over God dat te laten begeleiden door twee engelen die roepen (zoals in de Oosters liturgie): Mysterie! Mysterie! Dat sluit uit dat we God als onderwerp van een enquêtevraag opvoeren. Dat verbieden kan natuurlijk niet, weigeren te antwoorden kan altijd.

Heer, raak mij aan met uw adem,
reik mij uw stralend licht,
wijs mij nieuwe wegen,
geef op uw waarheid zicht.

(Lied 695)


3 febr 2015 - Tomas Halik

HalikIk heb het boek nog maar voor een derde gelezen, maar ben nu al enthousiast. In feite daarvoor al, door de aankondigingen, maar mijn verwachtingen worden overtroffen. Tomas Halik, priester en hoogleraar in Praag, schreef 'Geduld met God'. Het boek kwam me al van pas toen ik voor ons kerkblad 'Op Weg' een stukje voor de voorpagina schreef. Ik wilde mijn gedachten formuleren bij het onderzoek van dagblad Trouw waarin één van de hoofdvragen was: 'Gelooft u in God?' Ik vind dat geen vraag voor in een enquête, maar ja, waarom niet? Een reden van mijn weerstand: de vraag maakt een scheiding tussen hen die ja en hen die nee zeggen op deze vraag. Halik beschrijft prachtig en overtuigend dat een dergelijke scheiding niet past bij het verhaal van Jezus. Halik gebruikt voor de weergave van zijn gedachten het verhaal van Zacheüs, de bijbelse figuur wiens benadering door Jezus model kan staan voor de verhouding tussen gelovigen en ongelovigen. Ik kom er zeker op terug.

'Willen we in onze tijd over goddelijke zaken spreken, dan moeten we bepaalde woorden gezond maken en weer tot leven wekken, want ze zijn uitgeput door de last van de vele verschillende betekenissen die mensen door de eeuwen heen eraan opgedrongen hebben. Het is een project dat herinneringen wekt aan woorden van een oud kerklied, een vurig smeekgebed tot Gods Geest: Maak warm wat koud is, bevochtig wat droog is van koorts, genees wat ziek is, maak los wat stram geworden is. Eén bede kunnen we er wellicht nog aan toevoegen: Breng dichterbij wat veraf is!'


20 jan 2015 - Jojanneke

We worden er regelmatig kotsmisselijk van. Van de overheidsmedewerkers die wegkijken, van al de mannen die de vrouwen misbruiken, maar vooral van de pooiers, die het zich denken te kunnen veroorloven hun verhaal te doen over hun misdadige praktijken. We moeten onszelf bijna dwingen om te kijken, maar wat een goed programma heeft deze Jojanneke gemaakt. Jojanneke v/d Berge is het met een schare medewerkers gelukt om door te dringen in de wereld van de prostitutie. Ze laat zien dat elke zweem van romantisering van deze wereld onrecht doet aan de talloze meisjes en vrouwen die er het slachtoffer van worden. Misselijk worden we er van en woedend om alle klootzakkerij waarvan ze uiteraard maar het topje van de ijsberg kan laten zien. Een bericht op teletekst gaf me het duwtje om deze blog te schrijven: Gert-Jan Zegers pleit voor een verbod op het beroep van pooier. Vrouwen durven vaak geen aangifte te doen, de rechterlijke macht staat dan vrijwel machteloos, zo creëren pooiers zelf hun vrijstaat. Een verbod geeft de mogelijkheid hen wel op te pakken. Hulde voor de CU!


23 dec 2015 - Elly en meester Prikkebeen

'Als ik het niet meer weet', zo noem ik het zelf. Het gevoel dat je de inspiratie kwijt bent, niet meer weet wat te zeggen, wat lusteloos uit het raam staart of naar de tv. Vaak ga ik naar de groten, die me altijd inspireren, Paulus, Karl Barth, Zijnsoriëntatie. Muziek helpt me ook. Als ik het begin voor een overdenking niet kan vinden, luister ik naar Beethoven, vaak gaat het dan weer stromen bij die muziek die gewoon begint, vanuit het niets zonder enige overgang naar het alles. Ook luister ik in de dalmomenten graag naar Elly en Rikkert, naar de liedjes die we in de jaren zeventig al draaiden. Ik was dan ook verrast toen ik op YouTube een filmpje zag waarin Elly opeens opdook. Het lied 'Prikkebeen' van Boudewijn de Groot blijkt hij samen met Elly Nieman gezongen te hebben en ze is ook te zien in de clip die in een slooppand op Kattenburg gemaakt is. De Groot zingt het lied nog wel eens bij een optreden, met een andere zangeres. Als ik de versies vergelijk valt me op wat een helder Nederlands Elly zingt, elk woord te verstaan. Deze dagen vormen een mooie gelegenheid om de clip nog eens door te geven, want meester Prikkebeen:

Hij staat in de sneeuw aan de poort van de stad
en prikt de dagen van december op zijn hoed.

Hij koestert de dagen van rood cellofaan,
van glitter en watten en sterrenpapier.


26 nov 2014 - Dmitri Sjostakovitsj

Ik las het boek van Theodore van Houten over deze componist (1906-1975), één van de belangrijkste van de 20e eeuw, van de Russische componisten van die eeuw sowieso de belangrijkste. Boeiend, indrukwekkend en beangstigend. Van Houten zegt in de titel van zijn boek: 'een leven in angst'. In onze vrijheid nauwelijks voor te stellen, de willekeur waaraan men blootgesteld stond in het rijk van Stalin. Sjostakovitsj ging regelmatig langs de afgrond als hij weer eens uit de gratie was. Intussen componeerde hij de grootste werken, wie een indruk wil krijgen moet uiteraard zijn muziek beluisteren, die is pas echt indrukwekkend. Leuke weetjes geeft het boek ook, zoals over de eerste mens in de ruimte, Joeri Gagarin, die vanuit de ruimte een lied naar de aarde zong, een lied van Sjostakovitsj, 'Het moederland luistert'. Toch een wat inhoudelijker bijdrage van deze ruimtevaarder dan zijn door het bewind uitgelokte uitspraak dat hij nergens in de ruimte God had gezien. Ik heb geen opname vanuit de ruimte kunnen vinden, maar wie het lied wil horen, ongetwijfeld beter gezongen dan door de kosmonaut, kan hier klikken. Hieronder een opname van het tweede deel van het Tweede Pianoconcert, door de componist zelf gespeeld. Voor wie meer wil horen is YouTube een onuitputtelijke schatkamer.


Vrijdag 21 november 2014 - Breedte

In de jaren zeventig studeerden we in Utrecht, nog steeds komen we twee keer per jaar bij elkaar. Gisteren was het mijn beurt om hen te ontvangen. We hebben een stevig programma, dat we ontspannen volgen. Als gastheer opende ik. Ik las het gedicht van Les Murray, 'Een doodgewone regenboog', we waren samen onder de indruk. Daarna een gebed.

Goede God,
Gij die de breedte, de diepte, de lengte en de hoogte
van ons leven zijt,
schenk ons de breedte van de eenvoud,
schenk ons de diepte van de nabijheid,
schenk ons de lengte van de ontmoeting,
schenk ons de hoogte van uw zegen.
Amen.

We spraken onder andere over het boek van Antoon Vos, ons bekend als oud-docent in Utrecht, 'Jezus. Zijn verhaal'. Een verrassend boek over Jezus, zeer de moeite waard.

Het was een mooie, inspirerende en motiverende dag.


Donderdag 13 november 2014 - Blij

Van de ene vergadering naar de andere, van oost naar centrum. In het donker onder de bomen zie ik iets bewegen, blijkt een meisje op de fiets te zijn, hooguit twaalf jaar. Geen licht, beetje zwabberend, ben boos, wie laat dit toe?
Vanmorgen loop ik op het fietspad, een meisje rijdt me voorbij, in de mist.
Ze moet de weg op, kijkt twee keer, ziet wat ze niet ziet en stapt af. Het achterlichtje gaat aan en ze gaat weer verder, ik blij.
De zon begint door de mist te komen, prachtig licht op de witte berkenboompjes, nog blijer, ik loop te genieten.
Hieronder één van mijn lievelingsfilmpjes op YouTube waar ik ook altijd blij van word. Omdat ik zelf graag Vivaldi speel (al zal ik het nooit zo kunnen als hier te horen is), maar vooral om de sfeer rond deze jonge mensen. Zoals ze op elkaar letten, elkaar de kans gunnen en zo de muziek alle kans geven. Het meisje in de blauwe jurk speelt haar examenconcert, conservatorium Stockholm, het meisje met de fagot heeft het op YouTube gezet. Uit alles spreekt de verbondenheid met elkaar en met de muziek, geniet mee.
 


Maandag 27 oktober 2014 - Sara

saraIn de dienst van 19 oktober heb ik het verhaal van Sara verteld. Sara die hoort dat ze als oude vrouw zwanger zal worden en dan lacht in zichzelf. Vaak wordt er afkeurend gesproken over dit lachen van Sara, volgens mij sluit dat de weg af om haar lachen echt te begrijpen. Ik heb geprobeerd het verhaal te vertellen vanuit de gedachte dat het lachen van Sara een opening geeft naar de toekomst. Er gebeurt iets met haar, ze lacht, en dit lachen haalt haar uit het eigen verhaal waarin ze vast zit. Lees hieronder mijn vertelling van dit verhaal.

Sara lacht niet meer. Negentig jaar is zij. Het lachen is overgegaan, het is voorbij, iets van vroeger. De blijheid is verdwenen.

Voorbij is wat geweest is. De vreugdevolle belofte, het gezamenlijke vertrouwen in een toekomst. De gedachte eraan is vervaagd, vervaagd is waar ze vol van waren, zij en Abraham. Een beloofd land, nakomelingen, een groot volk zou er uit hun groeien. Zegen, daardoor en daarvoor gingen ze pad, lieten ze alles achter zich, konden ze alles aan.

Ze had allang gemerkt dat ze niet gemakkelijk zwanger werd, maar er was de belofte en het vertrouwen en samen konden ze het aan. Goede jaren hebben ze gehad, ondanks alle ontberingen, de vreemde streken waardoor ze trokken, de vijandigheid die ze ontmoetten. Ze gingen, met vreugde in hun hart en ze lachten vaak, vooral naar elkaar, zij en Abraham.
Het is voorbij, ook Abraham lijkt er niet meer in te geloven en die zogenaamde zegen lijkt nu wel tussen hen in te staan, hij ziet haar nauwelijks. Bijna honderd is hij, wat kan ze ook nog van hem verwachten.

Voorbij, en nu zit ze hier in haar tent, de meeste taken die ze had hebben anderen van haar overgenomen, en toen bleek dit haar plaats, een tent zonder uitzicht. Ze zit wat te wachten, waarop eigenlijk? Zij hier en Abraham voor de tent, die zit daar maar wat te dommelen. Ze hoort niet veel meer van hem, ze ziet hem alleen als hij iets van haar nodig heeft en dat is steeds minder.

Daar komt hij net binnen, wat is hij haastig. 'Snel, meel, deeg, brood'. Wat een gedoe ineens en waarom moet zij dat doen?
Ze hoort stemmen, gepraat, bevelen, over eten gaat het, een kalf, boter, melk. Lang geleden dat hij zo uitpakte. Eindelijk wordt het weer wat rustiger. De mannen, ze heeft intussen door dat het er drie zijn, zitten kennelijk in de schaduw van de boom te eten. Abraham zal er als een goed gastheer wel bij staan.

Dan hoort ze haar naam: 'Ik kom over precies een jaar bij u terug en dan zal uw vrouw Sara een zoon hebben'.
Zij? Stel je voor! En even ziet ze het voor zich, zij met een kind, een kind van Abraham en Sara, zeker 'lang verwacht en toch gekregen'.
Nee echt niet, het kan niet en het zal niet en ze weet niet eens goed of ze het wel zou willen. Na alles wat ze meegemaakt heeft, op haar leeftijd, je moet er toch niet aan denken.

Maar ergens: 'wat zou het mooi zijn', 'wat zou het goed zijn'.
Ze lacht wat in zichzelf, om het beeld, van haar en Abraham, van haar en een baby, van haar tussen de mensen om haar heen. In een flits ziet ze het kind al opgroeien, groot worden, en zij samen vader en moeder, misschien wel opa en oma. In die hoek zet ze de wieg en daar liggen de handdoeken en de kleertjes.
Ze wordt er blij van, ineens denkt ze aan de zegen van vroeger, daar konden ze ook zo blij en sterk worden, elke dag was gewenst.

Wat zit ze hier nu stom te lachen in zichzelf. Wat een pijn is er niet geweest, hoe boos was ze niet, ook bij dat gedoe van Abraham en Hagar, het kind dat hier rondloopt herinnert er haar elke dag nog aan. Wat een verdriet was er, het heeft haar lichaam en geest getekend. Haar tent zwart laten verven, dan kon ze beter doen, en zich nooit meer aan iemand laten zien.

En dan, o schrik, hoort ze de vraag: 'Waarom lacht Sara, waarom vraagt ze zich af of ze op haar leeftijd nog wel een kind ter wereld kan brengen?' Ja, dat ongeloof is er ook bij haar, 'natuurlijk vraag ik me dat af, waarom ik lach? belachelijk is het! En ik laat me niet blij maken, dat heb ik vroeger al te vaak gedaan.' Als in een reflex roept ze het uit: 'Ik heb niet gelachen'. Er is niets te lachen, het is voorbij, voor mij, voor Abraham, onze liefde, ons samenzijn, onze gezamenlijke toekomst, over, fini, geweest. Ze hoort de man van de vraag nog een keer: 'Ja, je hebt wel gelachen.' Het wordt stil buiten, de mannen gaan weer weg, alleen is ze, in haar tent.

Plotseling ziet ze zichzelf als boos kind, miskend en niet begrepen. Een klein meisje dat boos en verdrietig is, alleen op de wereld. En alles was stom en niets was meer goed, en nergens had ze nog zin in. Moeder nam haar dan bij zich, troostte haar, vertelde een verhaaltje, en na tijdje probeerde ze haar aan het lachen te brengen. Maar ze wilde nog helemaal niet lachen, ze was boos, ze was verdrietig, ze was eenzaam. 'Ik lach niet', riep ze dan, 'ik lach echt niet.' 'Je lacht wel, ik zie mijn kleine lieve Sara een beetje lachen.'

Het gekke was dat ze zich dan beter ging voelen. Alsof er een scheurtje, een barstje kwam in het pantser van haar boosheid, haar pijn en verdriet. Een door dat scheurtje, dat barstje heen voelde ze hoe dichtbij moeder was, en dat ze van haar hield.

Het is avond, de drie mannen zijn allang uit het zicht verdwenen. Samen zitten ze voor de tent, zij en Abraham. Hij dommelt niet meer, hij zit te peinzen. Hij kucht: 'Lachte je vanmiddag nu wel of niet?'
'Ach Abraham, er is niets te lachen, dat weet jij toch ook wel, en toch....'
Het is een tijdje stil, dan stelt Sara een vraag.
'Wie waren die drie mannen eigenlijk?'
Abraham kijkt eens naar hemel.
'Volgens mij was het de Heer zelf, drie mannen, het getal drie past wel bij Hem, vind ik.'
'Tja, waren wij maar met z'n drieën', denkt Sara, tranen wellen op.

Abraham kijkt nog eens naar de hemel, intussen zijn de sterren zichtbaar geworden, eindeloos veel in het donker van de woestijn. Hij mompelt wat voor zich uit, maar Sara verstaat het wel.

'In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord is leven en het leven is het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.'

Nu lacht ze voluit, door haar tranen heen.
'Abraham', fluistert ze, 'zo ken ik je weer, kom eens wat dichterbij, mijn liefde.'


Maandag 20 oktober 2014 - Eva

evaMet tien vrouwen een middagje praten over Eva, als enige man. Dan lok je het wel uit. En het is niet anders. Eva, we hebben het over de eerste vrouw in de Bijbel, 'de moeder van alle levenden', komt er bekaaid af. Slechts vier keer wordt haar naam genoemd in de Bijbel en dan meestal nog als tweede in het paar Adam en Eva. En dan haar wording, 'uit de rib van een man gemaakt'. 'Ik zou liever uit aarde gemaakt zijn, vind ik een veel mooier beeld', was de wens van één van de aanwezigen. Het was een boeiende en inspirerende middag, waarbij we onszelf de vraag stelden in welk beeld we van ons eigen ontstaan zouden willen spreken. We stelden ook vast dat het feit dat de naam Eva zo weinig genoemd wordt in de Bijbel hedendaagse ouders er niet van weerhoudt hun dochter Eva te noemen, de naam staat al jaren in de top tien van meisjesnamen.
Liederen over Eva vonden we ook niet veel, ze lijkt aardig doodgezwegen in de kerkelijke traditie, behalve dan op de vele schilderijen waarop ze samen met Adam in al haar schoonheid paradeert, dat schildert wel lekker. De bundel Eva's lied heeft wel een mooi lied over Eva, waarin we veel herkenden van wat we die middag ook samen vonden, mediterend over Eva en onszelf. Dit 'Lied van Eva' is gemaakt door Marijke de Bruijne.

Eva, jouw naam betekent 'leven',
geschenk van God aan ons gegeven
die naar Gods beeld geschapen zijn.
Verwant aan jou zijn alle vrouwen
en mannen die een wereld bouwen,
waar leven echt geleefd kan zijn.

Gods aarde als een tuin beheren,
uitputting, roofbouw van haar weren
en werken aan een maatschappij,
waar ongelijkheid der geslachten
in woord en daad en in gedachten
verdwenen is, Gods beeld zijn wij.

Grimmig grijnst ons de toekomst tegen,
vasthoudend kiezen wij die wegen
waar Wijsheid en Gods Geest langs gaan.
Waar werkelijkheid geworden dromen
lichtend het kwade binnenstromen,
Eva, ervaren wij jouw naam.


Dinsdag 30 september 2014 - Ds en fb

logofbklLaatst was er die uitslag van een enquête onder dominees. Wat ze doen en wat ze niet doen, waar ze van houden en waar ze niet (zo erg) van houden. Ik leek aardig in het gemiddelde profiel te passen, ik had ook niet anders verwacht. Sommige dingen kan ik niets aan doen, zoals dat ik man ben en dat ik een bepaalde leeftijd heb. Andere dingen vind ik prima, zoals mijn passie voor diensten. Ook kwam er uit de enquête, dat de gemiddelde dominee niet erg actief is via de sociale media. Laat ik daar nu net, een paar dagen voor het bekend worden van alle gegevens, iets aan gedaan hebben. Ik ben een pagina begonnen op Facebook, 'Ds Jan de Korte'. Voorlopig als experiment, het is zoeken naar wat je daar nu op zet en het is de vraag of het de moeite waard is. Als u volger wordt krijgt u in ieder geval een seintje als ik weer eens een stukje in dit webdagboek schijf. Dus ga naar mijn facebookpagina, klik op de 'like-knop' en meld u aan als volger. Commentaar op de inhoud of om gemiste inhoud is altijd welkom.


Maandag 22 september 2014 - Les Murray

Les MurrayWe lazen met een groep gemeenteleden een avond gedichten van de Australische dichter Les Murray, ik schreef eerder over hem op 7 april. Verhalende gedichten, soms heel lang. We lazen ook een aantal kortere gedichten van hem, zoals onderstaand 'Verzwegen hulde'. Een mooi voorbeeld van zijn prachtige beelden en zijn scherpe waarneming. Het verdriet van een kind een dag kwijt te zijn. Het zou profetisch geweest kunnen zijn, een voorbode voor iets in zijn latere leven, zegt de dichter. Op een dag wakker worden en merken dat je hele leven of een deel daarvan onbewust voorbij is gegaan, dat je voornamelijk geslapen hebt. Maar de 'jij' heeft dat voorkomen, de geliefde, die hij met dit gedicht huldigt. Wat breder gezegd: het is de liefde, de gemeenschap, het contact, alles wat je tegemoet komt, waardoor je steeds weer tot bewustzijn komt, waardoor je weet dat je leeft. Zover kwamen we op de poëzieavond, lees het gedicht zelf, mijmer verder en laat je wekken.

Verzwegen hulde

Na een zilveren zomer van plensbuien
versteende de herfst als cementpoeder
in een papieren zak. Gazons knisterden
maar de kraan van de tijd bleef druppelen.

De velden lagen er leeg bij, als op die avond
in mijn vroegste kindertijd, toen de zon
in het westen opkwam,
rond en laaiend als de deur van een smeltoven,

en ik wakker werd, nadat ik ziek was geweest.
Toen ik hoorde dat ik aan een stuk door
sinds de ochtend had geslapen
snikte ik het uit om die verloren dag,

mijn hele verrukkelijke dag. Zonder jou
zou dat misschien profetisch zijn geweest.


Donderdag 9 juli 2014 - Simson en Brazilië

Pieter_Brueghel_de_Jonge_-_Volkstelling_te_Bethlehemfragment

Bij de tentoonstelling 'Thuis in de Bijbel. Oude meesters, grote verhalen' is een filmpje gemaakt waarin Antoine Bodar de straat op gaat met een aantal van de geëxposeerde schilderijen. Hij zoekt locaties die passen bij wat de schilders verbeeld hebben. Zo doet hij nog eens wat de schilders in de 17e eeuw ook al deden: zij beelden het bijbelverhaal af in de eigen omgeving. In een serie zomerdiensten ga ik uit van mijn associaties bij de tentoonstelling. Aanstaande zondag begin ik bij een schilderij waarop Frans Post het offer van Manoach heeft afgebeeld. Hij situeert dat in het land waar hij op dat moment als regeringsambtenaar werkte, Brazilië. De keus van het decor is in zijn traditie dus niet zo gek, wat me meer intrigeert is de keus van zijn onderwerp. Ooit al eens van het offer van Manoach gehoord? Het gaat over de aankondiging van de geboorte van Simson. Als u meer wilt weten, klik dan hier. Vandaag, na de legendarische 1-7, is mijn associatie dat ze in Brazilië wel een nieuw begin kunnen gebruiken, een voetballende Simson. Zondag speculeren we verder (, maar we gaan het niet over voetbal hebben).


Dinsdag 20 mei 2014 - Eeuwig verbonden

rondweg

In één van de delen van de romancylus 'Het Bureau' vertelt Voskuil hoe de hoofdpersoon en zijn medewerkers op werkbezoek gaan in Roswinkel. Ze hebben daar al eens een film gemaakt over de roggeoogst en willen nu weer wat boeren interviewen. Per trein naar Emmen en vandaar met de fiets verder. Tot ze aan de rand van Emmen stuiten op een hek met daarachter een strook leeg asfalt. Het blijkt de rondweg in aanleg te zijn, die nog niet op de oude kaart staat die hen naar Roswinkel moet leiden. Het moet ergens in de jaren zeventig geweest zijn. Binnenkort is de rondweg geen onneembare barrière meer, maar kunnen we gewoon doorfietsen met onder ons het verkeer. Afgelopen weekend werd een stap gezet die tot de verbeelding spreekt. Enorme betonnen liggers werden gelegd en overspannen in één keer de vier rijbanen. 'Angelslo en Barger-Oosterveld voor eeuwig verbonden', kopte een huis-aan-huis blad. Het was in ieder geval een spektakel waar velen hun bed voor uit kwamen. Ik heb niet gehoord van een symbolische handdruk van de wijkvoorzitters midden op de nieuwe verbinding, misschien komt dat nog.


Donderdag 8 mei 2014 - Bijbelse wie

Rembrandt, MozesOp Facebook schijnt het een rage te zijn. Te laten weten op welke Bijbelse figuur je lijkt. Een eenvoudig testje leert je het. Hoewel sommige vragen nog best lastig te beantwoorden zijn, je moet soms kiezen tussen mogelijkheden die je allebei wel van toepassing vindt. Je kunt ook proberen naar een bepaalde figuur toe te werken. Denk niet dat je ooit bij Jezus komt, want die is niet in de test opgenomen. Is dat nu terecht of niet, zit ik dan te peinzen. Ik denk in ieder geval dat ik niet de enige ben die het stiekem toch probeert, kun je gelijk nagaan welke eigenschappen je aan Jezus toeschrijft. Mijn echte uitkomst houd ik binnen mijn tent vanwaaruit ik de wereld bekijk. Ik hoor natuurlijk wel graag jullie uitkomsten, jdk@jandekorte.nl.


Maandag 7 april 2014 - Huilen

Gisteren maakte ik in de dienst gebruik van een gedicht van de Australische dichter Les Murray. Een gedicht over een man die huilt, midden op een stadsplein in Sydney. Zoals veel van de gedichten van deze dichter is het een verhalend en tamelijk lang gedicht, ik heb het dan ook niet helemaal geciteerd, lees het hier in zijn geheel. Les Murray weet alle reacties op dit huilen, dat helemaal vrij is - hij verbergt zich niet, hij huilt zonder misbaar -, heel precies te verwoorden. Een vrij huilen en een bevrijdend huilen, lees en zwijg, mooie woorden heeft deze man niet nodig: 'Gelovigen ontwijkend beent hij haastig weg door Pitt Street'. Het gedicht staat in de prachtige bloemlezing van Maarten Elzinga, 'De planken kathedraal'. Daarin de oorspronkelijke Engelse gedichten en de vertalingen van Maarten Elzinga.

Een doodgewone regenboog

Het bericht gaat rond bij Repin's,
het gemompel doet de ronde in Lorenzini's,
in Tattersals kijken mannen op van hun cijferkolommen,
de klerken van de Beurs vergeten het krijtje in hun handen
en mannen met brood in hun jaszak verlaten de Greek Club:
er staat een vent te janken op Martin Place.
Ze kunnen hem niet tot bedaren brengen.

De kilometerslange files in George Street staan muurvast,
onwrikbaar. De menigte gonst van de opwinding
en nieuwe drommen stromen toe. Veel mensen rennen zijstraten in
die pas nog drukke hoofdstraten waren, en wijzen:
er staat daar iemand onbedaarlijk te janken.

De man die we omringen, die niemand durft te naderen
huilt gewoon, en verbergt dat niet, hij huilt,
niet als een kind, niet als de wind: als een man,
zonder misbaar, zonder zich voor de borst te slaan, en snikt
niet eens bijzonder luid, maar de waardigheid van zijn tranen

bant ons uit zijn ruimte, de holte die hij om zich schept
in het middaglicht, in zijn pentagram van verdriet,
en van achter in de menigte staren de uniformen hem aan
die hem wilden arresteren, en nu tot hun verbijstering merken
hoe iets in hen naar tranen verlangt, zoals kinderen naar een regenboog.

Over een paar jaar zullen sommigen zeggen dat hij was omgeven
door een halo, of een ring van kracht. Maar dat is kletskoek.
En sommigen, dat ze waren geschokt en wilden dat hij ophield,
maar die zijn er dus niet bij geweest. De stoerste macho,
de koelste kikker, de meest gevatte grapjas onder ons

zwijgt huiverend en wordt verteerd door een onverhoeds
vreedzaam oordeel. Sommigen in de menigte die meenden
gelukkig te zijn beginnen te schreeuwen. Alleen de kleinste kinderen
en die toekijken uit het paradijs komen dichterbij
en gaan aan zijn voeten zitten, samen met honden en stoffige duiven.

Belachelijk toch, zegt iemand naast me, en slaat zijn hand
voor zijn mond, alsof hij die woorden had uitgebraakt
en ik zie een vrouw die haar handen uitstrekt, stralend
en bevend, terwijl ze de gave der tranen ontvangt;
en alle anderen die haar volgen ontvangen de gave

en veel mensen huilen van pure aanvaarding, en er zijn er meer
die weigeren te huilen, uit angst voor welke aanvaarding dan ook,
maar de huilende man heeft niets nodig, zomin als de aarde,
de man die huilt negeert ons, en uit zijn verwrongen gezicht
en zijn gewone lichaam snikt hij geen woorden

maar pijn, geen boodschap, maar enkel verdriet,
hard als de aarde, doorzichtig, aanwezig als de zee
en wanneer hij ophoudt, stapt hij doodgewoon tussen ons door
veegt zijn gezicht af met de waardigheid van iemand
die heeft gehuild, en nu klaar is met huilen.

Gelovigen ontwijkend beent hij haastig weg door Pitt Street.


Dinsdag 25 maart - Hier sta ik

luthersokken

 

Voor de dienst van aanstaande zondag zocht ik naar geloofsuitspraken in spannende situaties. Eerst maar eens zoeken in mijn geheugen. 'Hier sta ik, ik kan niet anders', Luther voor de Rijksdag in Worms, 1521. Laat dat nu net een uitspraak zijn die niet van Luther is. Wel werd de rede die hij voor de Rijksdag hield op deze wijze 'geniaal toegespitst', aldus Heinz Schilling en die kan het door zijn vele Lutheronderzoek weten. 'Het meest gedenkwaardige dat Luther nooit gezegd heeft', volgens een andere kerkhistoricus. Het staat in ieder geval in de vloer gegrift onder het standbeeld van Luther. Ook zijn er, heel toepasselijk, sokken met de vermeende uitspraak te koop, die zou ik wel willen hebben, sta je toch een beetje op de voeten van de meester. Andere uitspraken in dit genre zijn trouwens heel welkom, graag vóór aanstaande zondag.


Maandag 24 februari - Leo Vroman

Zoekend naar een bedding voor mijn vele gedachten bij de woorden van Jezus die afgelopen zondag aan de orde waren, hoorde ik van het overlijden van Leo Vroman. Ik las zijn gedicht 'Voor wie dit leest' en ik was klaar. Het gedicht geeft dè manier om de woorden van Jezus te horen. De dichter zou het liefst aan onze kant van het papier willen komen, om ons te laten ervaren wat hij wil zeggen. Dat kan uiteraard niet, maar hij komt een heel eind, inclusief de verwoording van de redenen dat het vaak misgaat. Wie wil horen (en zien) wat ik er in de dienst mee gedaan heb kan terecht bij kerkomroep.nl. Hier laat ik Leo Vroman aan het woord, veel nabijer kan een dichter niet komen, dat hij harten opent merk ik aan mijn eigen reactie en aan de reacties op de dienst van gisteren.

VOOR WIE DIT LEEST

Gedrukte letters laat ik u hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken;
wat kan ik doen? Ik kan u niet bereiken.

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wie ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die gij wakkerleest.

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken in uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van uw pijn.

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat uw blik hun innigste niet raken
tenzij gij door de liefde zijt gedreven.

Lees dit dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat u door deze woorden werd gekust:
ik heb je zo lief.


Donderdag 13 februari 2014 - Roos

'Met een knipoog naar Valentijn', zo kondigde de werkgroep Vorming en Toerusting/Ontmoeting en Inspiratie de gedichtenmiddag van vandaag aan. Het was een prachtige middag onder leiding van Friso Bavinck, vele gedichten over de liefde uit de Nederlandse poëzie klonken en kregen een toelichting. We hoorden ook het mooie 'The rose' van Bette Midler, aan het eind van de middag kreeg de inleider een roos, die hij vervolgens aan zijn vrouw gaf, die meegekomen was. Ook zo werd het een poëtische middag, waarvan de hoofdmoot gevormd werd door gedichten die diverse aspecten van de liefde verwoordden. Ook één van de hoogtepunten op dit gebied klonk op deze middag, ik laat de gelegenheid om te citeren niet voorbijgaan. Meer dan een eeuw geleden geschreven, in taal die nu nog eigentijds klinkt, zo direct. Het zou, zo merkte Friso Bavinck op, vandaag geschreven kunnen zijn. Ik geef het u door, als een roos, alvast voor morgen. Herman Gorter:

Zie je ik hou van je

Zie je ik hou van je,
ik vin je zoo lief en zoo licht ¬-
je oogen zijn zoo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je oogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zoo vrees'lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen -
Maar ik kan het toch niet zeggen.


Dinsdag 28 januari 2014 - Beter bestaan

middelharniszweedsaBij ons thuis heette het altijd de ramp, de watersnood van 1953. In het dorp waar ik toen als ongeborene woonde en later opgroeide kostte de ramp aan 17 mensen het leven. Na de eerste reddingswerkzaamheden en de evacuatie van de complete bevolking begon het herstel, later de wederopbouw. Vanuit Scandinavië werden complete huizen gestuurd, in ons dorp stonden er 16 uit Zweden, die nu inzet zijn van acties om in ieder geval een aantal te redden van de sloop. Ook een gevolg van de ramp was de instelling van de zondag voor het werelddiaconaat, steevast wordt op de eerste zondag van februari gecollecteerd voor mensen in nood elders in de wereld. Aanstaande zondag brengt de collectefolder een project in beeld waarin het ook over huizen gaat, huizen voor mensen in Ladakh, een provincie in noorden van India. 'Bouwen aan een beter bestaan', zegt de folder, de bewoners van de Zweedse woningen zijn opmerkelijk positief over hun woongenot in de naar huidige maatstaven niet erg luxe en ruime woningen. Alsof nog altijd het besef leeft dat de wereld ons niet liet zitten in de natte, verzilte klei, maar zag dat er meer gedaan moest worden dan de eerste sos acties. In mijn gereedschapskist liggen nog altijd de baco en de combinatietang, 'gift van Canada', om te bouwen aan een beter bestaan.


Donderdag 23 januari 2014 - Broeder Frank

Deze week hoorden we van het overlijden van Frank van het Hof, broeder Frank. Hij was één van de Taizé broeders die in Bangladesh werken. Hij was ook een keer bij ons in een kerkdienst, waarin hij iets vertelde over het werk onder de mensen in Bangladesh, we hebben daar goede herinneringen aan. Ik neem hier over wat naar aanleiding van zijn overlijden op de website van Kerk in Actie staat. Meer over broeder Frank op de website van de Protestantse Gemeente Gasselte.

Laten we bidden voor de mensen die zich betrokken voelden bij broeder Frank van de broeders van Taizé: de gehandicapten, de jongeren, de armen, allen in de kerk die zijn inzichten niet snel zullen vergeten en voor zijn familieleden in Nederland.

Broeder Frank van de broeders van Taize in Bangladesh is op 16 januari overleden, onderweg van Bangladesh naar Frankrijk.
Broeder Frank was al sinds 1974 betrokken bij het werk van de Taizebroeders in Bangladesh. Sinds 2000 ook bij de ontwikkeling van het werk van het Mymensingh Church Care Programme, een partnerorganisatie van Kerk in Actie. Broeder Frank is een goede bekende van de Flevolanders die in het kader van Interactief in 2009 Kerk in Actie-partners in Bangladesh hebben bezocht.
Hij was een inspirerend voorbeeld: in eenvoud zette hij zich, samen met de communiteit, belangeloos in voor mensen in nood.
Zijn liefde voor God, de gehandicapten, de jongeren, de armen, zijn inzichten in de kerk en situatie in Bangladesh en zijn zachtmoedigheid zullen we niet snel vergeten. De mensen in Bangladesh zullen broeder Frank ontzettend missen.


Dinsdag 10 december 2013 -- Herhaling

Zondag lezen we een deel van het boek Ruth. Miskotte heeft dat verhaal overdacht onder de titel 'Het gewone leven'. Ik lees enkele bladzijden van zijn commentaar bij het vierde hoofdstuk en wordt opnieuw getroffen door de diepgang en de schoonheid van zijn gedachten. Zijn titel maakt hij helemaal waar als hij schrijft over de zaak die Boaz aangaat in de poort, daar waar recht wordt gesproken. Hier heerst de nuchterheid van de ambtenaar en de burgerlijke stand, maar juist hierin ziet Miskotte het gewone leven. Over dat gewone leven gaat de zegen van God en daarom is het zaak daarin te blijven en te zijn. Ik citeer enkele volzinnen van deze theoloog die op een dichterlijke manier theologiseerde.

Kierkegaard zegt in 'Wiederholung': de kracht van het zedelijke, en alles wat met de vervulling van Gods wil en wet in verband staat, zit in de herhaling, het vraagt om de herhaling, de vreugde van het herhalen.

Op onze plaats blijven, is de boodschap, ook al wordt ge verteerd door verlangen naar gansch-andere dingen.

De herhaling berust op het vertrouwen: bij God is het volle leven gegeven, het staat niet aan òns, van het leven iets bijzonders te maken, wij hebben niets te nemen of te forceren, ik heb elken dag mijn werk te doen, en ik kan niets anders doen dan telkens wéér hetzelfde. Of het dan in die herhaling ook nog iets anders is, dat is God voorbehouden.

Het is een herhaalde geloofsdáád, niet dromering of spijtig stil te staan bij het verleden, of onze krachten te verspillen in het gedurig opwerpen van toekomstverwachtingen, welker verwezenlijking niet in onze hand ligt. Onze taak is: moedig bij het heden te blijven.


Dinsdag 12 november 2013 -- Zwijgen

Gisteren had ik één van de twee jaarlijkse ontmoetingsdagen van onze jaarclub, zo geheten omdat het om jaargenoten uit de studietijd gaat die bijeenkomen. Wonderlijk om te constateren dat we elkaar al bijna veertig jaar kennen, we voelen ons zo nu en dan dan ook heel oud. De gastheer opent de dag, deze keer gebeurde dat met een tekst van Willem Jan Otten, die te vinden is in het nieuwe liedboek. We hadden meer op ons programma staan, maar zagen in een flits dat we bij deze tekst al een hele dag stil zouden kunnen staan en stil bij zouden kunnen zijn. Het is een gedicht uit de bundel 'Eindaugustuswind'. Het zwijgen van God als een kans om in vrijheid op te staan, zo open en zonder houvast is het leven met God.

Ik heb mij nu zo luid tot u gericht
dat uw zwijgen is gaan klinken
naar de stilte in een bladstil bos
nadat er 's nachts uit een tent
een kind geroepen heeft en het was
het mijne niet. Ik twijfel niet
aan uw bestaan zo lang u tot mij
zwijgt. Het is aan mij, u laat mij vrij
om uit uw echoënde stilte op te staan.


Maandag 7 oktober -- Gemeentezondag

makerswandkleedGisteren hadden we gemeentezondag. Het was een mooie dag, waarop er naast de dienst veel te doen was. Hoogtepunt was de onthulling van het wandkleed, gemaakt door drie gemeenteleden, die u hier op de foto ziet. Collega Janneke en ik mochten het onthullen, een van de maaksters gaf een toelichting. Het is gemaakt naar het raam van de Voorhof, één van de kerkgebouwen in onze wijk die we moesten sluiten. Dat raam mochten we niet meenemen, omdat het bij het monument 'de Voorhof' hoort. Nu is het raam er weer, in de vorm van een prachtig wandkleed. Op zeer creatieve en deskundige wijze is het raam weergegeven in stof, in feite is het een nieuw kunstwerk. Het ontroerde me dit te zien op de plaats waar we wekelijks als gemeente samenkomen en ik hoorde het woord ontroering vandaag al vaker in reactie op dit kleed. Het is ook prachtig opgehangen, dit willen we nooit meer kwijt.

Een foto impressie van de gemeentezondag vindt u hier.


Donderdag 26 september -- Lego kerk

Een paar weken geleden hadden we een gezamenlijke openluchtdienst van de protestantse wijkgemeentes in Emmen. De kinderen hebben tijdens die dienst van lego twee kerken gebouwd. Die bouwwerken gaan de komende maanden de diverse wijkgemeentes langs, zodat iedere wijkgemeente er nog iets aan kan toevoegen. In onze wijkgemeente mogen we beginnen, aanstaande zondag zullen we tijdens de dienst proberen verder te komen met deze kerkbouw. We zullen een verslagje en foto's maken van de voortgang, die komen binnenkort op de website van de Protestantse Gemeente Emmen. Zo af als op onderstaande foto zal het niet worden, ik hoop trouwens op creatievere ideeën, maar het is wel een mooi voorbeeld van een lego kerk, en hij zit nog vol ook.

legokerk


Woensdag 4 september 2013 -- Voor mekaar

Ik geniet altijd van Buurman en buurman, een poppenanimatieserie waarin twee buurmannen elkaar eindeloos helpen bij het klussen, meestal van de wal in de sloot, maar het komt altijd goed. In hun ogen althans, 'a je to', zeggen ze dan tegen elkaar. Tsjechisch is hun moedertaal, het betekent iets als 'en dat is het', vrij vertaald kun je zeggen 'voor mekaar'. Tot mijn verrassing las in de notulen van een diakonievergadering in onze wijkgemeente dat de vergadering besloten werd met een gedicht van Herman de Coninck, 'Voor mekaar'. Ik weet niet of de term in het Vlaams ook de lading heeft die ik hoor in 'a je to', maar het is mooi om die er bij te denken. 'Voor mekaar' betekent dan niet alleen, heel passend op een diakonievergadering, dat je er voor elkaar bent, maar ook dat het zo af is, compleet, heel. Hier het betreffende gedicht van Herman de Coninck. Filmpjes van 'Buurman en buurman' zijn eenvoudig te vinden op  YouTube .

VOOR MEKAAR

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in 't café om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.