10 maart 2015 – De vraag naar God

Geschreven door J de Korte op . Geplaatst in Webdagboek Jan de Korte

Voor het februari nummer van Op Weg schreef ik de voorpagina, hieronder mijn artikel.

Voorbij de vraag naar God

‘Gelooft u in God? Steeds minder mensen zeggen volmondig ‘ja’ op die vraag. De meeste Nederlanders zijn inmiddels ietsist of agnost, blijkt uit nieuw onderzoek.’

De eerste zin van een artikel in Trouw over geloof en ongeloof in Nederland. De krant had het zelf laten onderzoeken. ‘Ongelovigen halen de gelovigen in’ was de kop boven het verhaal over het onderzoek. Met een draaiend gebaar over mijn maagstreek gaf ik tijdens een dienst al aan wat een dergelijk onderzoek bij mij oproept. Maar waarom staat het me zo tegen? Een paar gedachten.

De vraag suggereert een heldere scheiding. Tussen gelovigen en ongelovigen. ‘Gelooft u in God?’ Alsof het in geloof en ongeloof hierom gaat. Als je in de tijd van het Nieuwe Testament deze vraag gesteld zou hebben zou iedereen volmondig ‘ja’ gezegd hebben. Op één groep na, de mensen van de weg van Jezus. Die werden dan ook wel spottend atheïsten genoemd, mensen die nergens in geloven. Alle goden, waar hun wereld vol van was, werden afgewezen. Die volgers van Jezus zouden op zijn minst de wedervraag gesteld hebben: ‘Over welke God heb je het?’

In het Oude Testament is het niet anders. Een goede leeswijzer voor dit boek is om te bedenken dat het oproept tot atheïsme. ‘Weg met de goden!’ Weg met alles wat macht opeist, weg met alles wat mensen klemzet, wat mensen onderwerpt, wat mensen hun waardigheid en vrijheid ontneemt. Wat mensen als Abraham, Mozes en Jesaja doen en zeggen is ongehoord, ze tarten het godsgeloof. Op de vraag van het onderzoek zouden ze volmondig ‘nee’ geantwoord hebben.

Laten we dus vooral niet denken dat de scheidslijn loopt tussen hen die ja of nee antwoorden op vragen als die in het onderzoek. Voor je het weet nemen we onszelf en elkaar de maat. Abraham, Mozes, Jesaja, de mensen van de weg van Jezus, al die mannen en vrouwen, hebben een stem gehoord en hebben daar gehoor aan gegeven. Mensen die geroepen zijn om vrij te zijn en in die vrijheid willen leven. De vrijheid om recht te doen en lief te hebben, de vrijheid om los van eigenbelang en machtsaanspraak te leven.

In het evangelie gaat het niet om wat we nog wel en niet meer kunnen geloven. De uitnodiging is om dat getob achter je te laten en je te laten raken door de stem van de liefde die in Jezus Christus mens is geworden. Een stem die je voorbij geloof en ongeloof in het rijk van God brengt, het rijk van de liefde. Dat Rijk, die liefde, die vrijheid, moeten we niet verkwanselen door elkaar en onszelf op te sluiten in antwoorden op vragen als ‘gelooft u in God?’.

Een laatste gedachte. Tomas Halik stelt in zijn boek ‘Geduld met God’ voor om telkens wanneer we iets schrijven of zeggen over God dat te laten begeleiden door twee engelen die roepen (zoals in de Oosters liturgie): Mysterie! Mysterie! Dat sluit uit dat we God als onderwerp van een enquêtevraag opvoeren. Dat verbieden kan natuurlijk niet, weigeren te antwoorden kan altijd.

Heer, raak mij aan met uw adem,
reik mij uw stralend licht,
wijs mij nieuwe wegen,
geef op uw waarheid zicht.

(Lied 695)