Met de namen koesteren we onze mensen, de mensen die ons lief waren en die we missen. Zo gaan ze mee met ons, beseffen we dat wij niet zonder hen zijn, dat hun verhaal ons leven is. In de Bijbel worden ook steeds weer de namen genoemd van hen die ons voorgingen, gekend in hun lichte en donkere kanten en zo deel van het leven van de toekomst.

In de schikking zien we een stam van een vlierstruik, met daarop twee arrangementen. De stam is getordeerd, gedraaid. De stam probeerde zo de wind en het gewicht van de takken op te vangen. De twee arrangementen zijn door de stam met elkaar verbonden. We zien zaaddozen en bloemenhoofdjes. De belofte van nieuw leven. Vanuit het donker wordt het lichter en komen we uit bij de paaskaars.